In december 2010 is “Brain Basics” gestart als praktijk voor Neurofeedback, Cogmed en Psychologie. De praktijk is gelegen in het historische centrum van Zutphen aan de Zaadmarkt 94, in een van de oudste panden van de stad. Bij Brain Basics kan je terecht voor Neurofeedback, de Cogmed werkgeheugen training en voor Cognitieve Gedrags Therapie. Op deze site vind je meer informatie over bovenstaande trainingen. Ook de verschillende klachten waarbij Neurofeedback of de Cogmed training kan worden ingezet staan beschreven. In 2003 ben ik, Erica Schot-Heesen, afgestudeerd als Biologisch Psychologe aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Na een tijdje gewerkt te hebben als onderzoeksmedewerkster bij de Brain Resource Company (BRC) Nijmegen kwam ik in aanraking met Neurofeedback en sinds 2004 ben ik werkzaam geweest als Neurofeedback therapeute. Sinds acht september 2011 ben ik BCIA-BCN gecertificeerd. Voor meer informatie over de BCN registratie zie BCIA.org. In juni 2009 heb ik de Cogmed cursus voor coaches gedaan en ben ik Cogmed Werkgeheugen Trainingen gaan coachen. 'Een andere kijk op leer- en gedragsproblemen' Naast het geven van bovenstaande trainingen werk ik samen met Fysiotherapiepraktijk Janssen van Dijke (Zelhem en Hengelo Gld). Hier wordt psychologische begeleiding aangeboden aan zowel kinderen als volwassenen met overgewicht of obesitas (het WaG programma (Werken aan Gezondheid)). Brain Basics is gelieerd aan EEG Resource Institute in Nijmegen en maakt voor de diagnostiek gebruik van de Brain Resource Company methode.
Wat is Neurofeedback? Neurofeedback is een manier om de hersenen ander gedrag aan te leren. Het werkt op basis van het principe ‘leren door middel van belonen’. Neurofeedback - ook wel EEG biofeedback genoemd - brengt een verstoorde balans in de hersenactiviteit via training en zonder medicatie weer in evenwicht.
Interessante links zijn ook
Een wetenschappelijk bewezen programma voor het verbeteren van de concentratie Cogmed Werkgeheugen Training is een trainingsprogramma dat men thuis kan volgen. Het helpt mensen hun concentratievermogen te verbeteren en vergroot het zogenaamde ‘werkgeheugen’. Wetenschappelijk bewezen resultaten geven aan dat na deze training, gebruikers hun concentratievermogen sterk hebben verbeterd, betere controle hebben over impulsief gedrag en beter gebruik kunnen maken van complexe vaardigheden om te kunnen redeneren. Uiteindelijk kunnen betere schoolresultaten worden behaald, vooral wat betreft rekenen en lezen.
Voor wie is de training? Cogmed Werkgeheugen Training is ontwikkeld voor kinderen en volwassenen die hun werkgeheugen moeten verbeteren. Werkgeheugen is het vermogen om informatie in de hersenen op te slaan voor een korte periode, te kunnen concentreren op een handeling en te onthouden wat er daarna moet gebeuren. Met een onvoldoende functionerend werkgeheugen is het moeilijk om geconcentreerd te blijven, afleidingen te negeren, in het voren te plannen, instructies te onthouden of te beginnen een taak of deze juist te beëindigen. Meestal wordt het ervaren als een concentratieprobleem en is het de oorzaak van slechte school- of werkprestaties. Onze Werkgeheugen Gids (zie link hieronder) zal u laten zien hoe het werkgeheugen werkt tijdens verschillende levensfases en wanneer training nodig is. Cogmed Werkgeheugen Training is ontworpen voor kinderen, tieners en volwassenen vanaf 3 jaar. http://www.cogmed.com/tekenen-van-een-niet-goed-functionerend-werkgeheugen Wat is het werkgeheugen? Elke dag gebruik je het werkgeheugen. Het werkgeheugen is het vermogen om informatie voor korte tijd in je hersens op te slaan, je te concentreren op een handeling en te onthouden wat je na die handeling moet doen. Als het werkgeheugen onvoldoende functioneert, is het moeilijk om te focussen, in het voren te denken, instructies te onthouden, activiteiten te starten en deze te stoppen. Verscheidene onderzoeken hebben aangetoond dat een onvoldoende functioneren van het werkgeheugen vaak leidt tot problemen met begrijpend lezen en rekenen. Tekenen van een niet goed functionerend werkgeheugen
Door op onderstaande link te klikken kunt u een eerste indruk kijken of Cogmed iets voor uw kind kan betekeken. http://www.cogmed.com/vragenlijst-cogmed-werkgeheugen Verbetering van het werkgeheugen kan leiden tot betere schoolprestaties De meeste mensen met een concentratieprobleem hebben ook een onvoldoende functionerend werkgeheugen. Het is wetenschappelijk bewezen dat ons trainingsprogramma het vermogen van het werkgeheugen vergroot. Evaluaties na de training geven aan dat het kinderen helpt om beter te presteren op school en volwassenen beter te presteren op de werkvloer. Belangrijkste voordelen van het programma
Een veelomvattend trainingsprogramma voor in huis Zowel kinderen als volwassenen zijn gemotiveerd en trainen effectief dankzij de unieke coachingsmethode en software. De training vindt vijf dagen per week, gedurende vijf weken lang, thuis plaats. Een bezoek aan de praktijk is in die weken niet nodig. De software stelt zich automatisch in op het niveau van de gebruiker en zal gedurende de training steeds moeilijker worden. Elke deelnemer heeft een Cogmed Coach die u helpt bij installatie van het programma, de training leidt, de resultaten analyseert en de nodige ondersteuning geeft tijdens de wekelijkse telefoongesprekken. Bij 8 van de 10 gebruikers is duidelijke verbetering zichtbaar Bij 80% van de gebruikers die de volledige training hebben doorlopen is duidelijke verbetering zichtbaar wat betreft het concentratie- en redeneervermogen. Ook ouders en leraren zien bij de kinderen verbeteringen in het dagelijks leven: op het vlak van het de sociale vaardigheden, het nemen van initiatieven en dingen kunnen onthouden. Taken als bijvoorbeeld huiswerk worden meer zelfstandig gedaan. Een jaar na de training geven 79% van de ouders aan dat de verbeteringen als gevolg van de training stand hebben gehouden, of zelfs nog sterker zijn ontwikkeld. Training Software en Voortgang Onze Werkgeheugen Training is gemaakt rond softwaretoepassingen genaamd Cogmed JM of RM (voor kinderen) en Cogmed QM (voor volwassenen). Het vereist een deelname van ongeveer 45 minuten (De JM versie duurt ongeveer 15 minuten) elke werkdag gedurende vijf weken lang. De software leidt het kind door acht verschillende oefeningen elke dag. Deze oefeningen zijn ontworpen voor het trainen van zowel het visuele als het verbale deel van het werkgeheugen. Elke dag worden de oefeningen wat moeilijker naarmate de vaardigheden van het kind zich ontwikkelen. Klik hier en bekijk een Engelse versie van Cogmed RM voor kinderen. Klik hier en bekijk een Engelse versie van Cogmed QM voor volwassenen. Cogmed Werkgeheugen Training (5 weken) Cogmed Werkgeheugen Training is ontwikkeld voor kinderen vanaf drie jaar met een onvoldoende functionerend werkgeheugen. Het is een softwareprogramma voor op de computer onder begeleiding van een gekwalificeerde Cogmed coach. De training kan thuis worden gevolgd dankzij de wekelijkse telefonische sessies met de coach. Het duurt vijf weken om de volledige training te doorlopen en kost vijf keer per week ongeveer 45 minuten. Onderzoek Het Cogmed Werkgeheugen trainingsprogramma is ontwikkeld in samenwerking met het Karolinska Instituut te Stockholm. De bevindingen zijn gepubliceerd in toonaangevende vakbladen en het succes van de training heeft zich snel doorverteld. Op dit moment lopen er verschillende onderzoeken bij Notre Dame, Stanford, Harvard en NYU. Ook in Nederland wordt er gestart met onderzoek. Wij zijn erg verheugd dat Prof. Jan de Moor van het Behavioral Science Institute van de Radboud Universiteit van Nijmegen de introductie van Cogmed in Nederland onderschrijft en dat Prof. Jan Buitelaar van Karakter te Nijmegen, onderdeel van het UMC Radboud onderzoek gaat doen naar ons produkt. http://www.klingberglab.se/pub.html Belangrijke mededeling: Cogmed Werkgeheugen Training is niet bedoeld ter vervanging van medische hulp of als vervanging van voorgeschreven medicatie. Cogmed RM is erkend door de Erkenningscommissie Jeugdinterventies voor het niveau 'theoretisch goed onderbouwd'! Cogmed RM is openomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar de site van het Nederlands Jeugdinstituut . Intakegesprek Neurofeedback (60-90 minuten) declarabel: Cognitieve Gedrags Therapie (eerstelijns psychologie) Neurofeedbacksessie (duur 60 minuten) voor volwassenen Neurofeedbacksessie (duur 45 minuten) voor kinderen t/m 12 jaar QEEG onderzoek en neuropsychologisch onderzoek (voorafgaand aan Neurofeedbacktraining) in Nijmegen Alleen QEEG onderzoek (voorafgaand aan Neurofeedbacktraining) in Nijmegen bij EEG Resource Institute Cogmed Werkgeheugen Training (totaal pakket). Cogmed wordt vergoed door de volgende zorgverzekeraars: Univé, VGZ, IZA, Trias, IZZ, UMC en Cares Gouda. Wel geldt een eigen bijdrage van €100,-. Indien aanvullend verzekerd kan deze eigen bijdrage terug gekregen worden. Cogmed Werkgeheugen Training (totaal pakket), wordt door Menzis gedeeltelijk vergoed onder eerstelijns psychologie (eventueel geldt nog een eigen bijdrage vanuit de zorgverzekering). Voor de vergoeding van Cogmed Werkgeheugen Training bij andere zorgverzekeraars dan bovenstaand, neem contact op met Brain Basics, 0575-511444
€ 75,- € 85,- € 95,-
€ 550,- € 450,- Er geldt een 100% vergoeding.
De behandeling wordt uitgevoerd door een ervaren Neurofeedback therapeute, BCIA geregistreerd, Psycholoog NIP en valt onder de supervisie van een GZ Psycholoog (BIG Registratie) en een geregistreerd neurofeedbackpsycholoog NIP en BCIA dr. Rien Breteler (EEG Resource Institute). Hoeveel neurofeedbacksessies er nodig zijn is moeilijk te zeggen in het begin en dit is afhankelijk van meerdere factoren. Na 10 tot 15 sessies is het mogelijk hier meer duidelijkheid in de verschaffen. Gemiddeld geldt dat er 30-40 sessies nodig zijn om het gehele traject af te ronden. Neurofeedback en Cogmed kunnen (gedeeltelijk) vergoed worden vanuit de basisverzekering. Vanuit het aanvullende, gezinspakket van zorgverzekeraars Univé, VGZ, IZA, Trias, IZZ, UMC en Cares Gouda is er een jaarlijkse vergoeding van €1000,- voor Neurofeedback indien er sprake is van ADD/ ADHD voor kinderen tot 18 jaar. Let op: vraag uw verzekeraar. Voor een aantal diensten is Brain Basics verplicht 21% BTW te vragen per 01-01-2013. Welke diensten hieronder vallen kunt u navragen bij Brain Basics. Indien u nog vragen heeft of als u zich aan wilt melden kunt u contact opnemen met Erica Schot-Heesen: 0575-511444 of 06-41435258
Brain BasicsMw. drs. Erica Schot-Heesen, BCN Zaadmarkt 94 Parkeren kan voor de deur. Openingstijden zijn op Uit recent onderzoek is gebleken dat depressie samenhangt met een bepaald verstoord patroon van hersenactiviteit. In de literatuur is te lezen dat een bepaalde asymmetrie tussen de twee hersenhelften van belang is. Doorgaans is de linkerhersenhelft actiever, wat zich kenmerkt door veel snelle frequenties in het EEG. Wanneer er in de rechterhersenhelft meer bèta activiteit (15-30 Hz) en minder alfa-activiteit (8-12 Hz) is dan in de linkerhersenhelft, gaat dit vaak samen met depressieve gevoelens. Verhoogde alfa-activiteit in de rechter frontaalkwab (achter het voorhoofd), kan duiden op een depressie gecombineerd met angst en/of agitatie. Met behulp van neurofeedback kunnen afwijkende patronen in de hersenactiviteit worden genormaliseerd en kan een normale samenhang tussen de hersenhelften hersteld worden. Neurofeedback kan leiden tot een verbetering van functioneren waardoor ook andere behandelmethodes effectiever kunnen worden ingezet. De wetenschappelijke status van neurofeedback behandeling bij depressie op dit moment is nog experimenteel. Epilepsie is voor veel mensen een onvoorspelbare ziekte die veel last met zich meebrengt. Het komt regelmatig voor dat opleidingen en loopbanen moeten worden afgebroken als gevolg van de klachten. Medicatie leidt niet altijd tot een leven vrij van epileptische aanvallen en soms hebben de medicijnen vervelende bijwerkingen (Carpay, 2001). Wanneer ook operaties niet mogelijk zijn, kan de patiënt zich alleen maar berusten in de situatie. In de Verenigde Staten wordt al sinds eind jaren zestig van de vorige eeuw onderzoek gedaan naar de effecten van neurofeedback op epileptische aanvallen. In 1967 liet de NASA de giftigheid van raketbrandstof testen bij proefdieren uit een psychologisch laboratorium. Het merendeel van de proefdieren kreeg binnen een uur epileptische aanvallen. Een kleine groep echter pas veel later, tot drie uur. Bij deze groep was met neurofeedback een specifieke hersenactiviteit aangeleerd. Verder onderzoek maakte duidelijk dat ook bij mensen een aangeleerde specifieke verhoging van de hersenactiviteit kan leiden tot bescherming tegen epileptische aanvallen. Met deze vorm van neurofeedback ondervindt 80% van de behandelde patiënten meer dan 30% vermindering van aanvallen. Vijf tot tien procent wordt aanvalsvrij. Deze cijfers hebben doorgaans betrekking op patiënten die niet meer reageren op medicatie en die niet kunnen worden geopereerd. Brain Basics gebruikt zowel deze methode als een recentere vorm van Neurofeedback (Walker & Kozlowski, 2005), die mogelijk zelfs tot hogere percentages aanvalsvrije resultaten leidt. Met deze vorm van Neurofeedback worden gebieden in de hersenen die een erg hoge samenhang in activiteit vertonen zodanig getraind dat deze samenhang verdwijnt. Hierdoor kan een elektrisch front (epilepsie aanval) zich minder goed over de cortex verspreiden. Achtergrond Er is de afgelopen decennia veel veranderd op de werkvloer. Machines en computers hebben veel zware arbeid overgenomen. Vanwege de groeiende vraag naar specialisatie en de 24x7 economie is werken repetitiever geworden. Er wordt meer efficiëntie van de werknemer verwacht. Meer dan vroeger moeten werknemers omgaan met dagelijkse stress op de werkvloer. Sinds de jaren ´70 wordt één psychopathologische term in het bijzonder in verband gebracht met werkstress: "burn-out" of "burn-out syndroom". Sinds de eerste beschrijving van het burn-out syndroom in 1969 door Bradley heeft deze metafoor voor een toestand van psychologische uitputting veel aan populariteit gewonnen. Een recente studie in Nederland toonde aan dat vier procent van de totale werkende bevolking ernstige symptomen van burn-out vertoont en professionele hulp nodig heeft (Houtman et al., 2000). Het syndroom wordt gewoonlijk vastgesteld op basis van drie zaken: emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke prestatie. Aan de hand van deze drie breed geaccepteerde factoren is de Maslach Burnout Inventory (MBI) ontwikkeld. Een hoge score voor uitputting en depersonalisatie en een lage score voor persoonlijke prestatie is een aanwijzing voor burn-out. De MBI wordt wereldwijd gebruikt als een diagnostisch instrument voor burn-out. Het burn-out syndroom kan het beste beschreven worden als een uitputtingssyndroom met affectieve symptomen (algemeen gevoel van malaise, snel geïrriteerd, cynisme en depersonalisatie). Burn-out patiënten staan er bekend om werk te vermijden, taken die ze als stressvol ervaren niet te doen en taken die ze als minder stressvol ervaren meer te doen. Oorzaken en risicofactoren Oorspronkelijk stond burn-out bekend als een probleem bij mensen die in de zorgsector werken. Latere studies toonden aan dat burn-out niet alleen voorkwam in deze situaties, maar ook in andere stressvolle banen. Het bleek zelfs dat de symptomen van burn-out niet verschilden tussen verschillende werkgebieden. De gevolgen van burn-out, emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke prestatie, werken als een vicieuze cirkel. Bij een hoge werkbelasting nemen de burn-out symptomen toe, vooral de emotionele uitputting. Emotionele uitputting is het gevoel dat alle energie uit je is weggezogen. Als mensen dit gevoel ervaren proberen ze hier mee om te gaan door te onthechten. Ze houden een emotionele afstand tussen hen en anderen. Deze losmaking kan voorkomen in de vorm van een onverschillige houding tegenover anderen, maar mensen met burn-out ontwikkelen ook vaak vijandige interacties met anderen. Een andere reactie die veel voorkomt is het verlagen van de werkbelasting. Deze reacties veroorzaken een daling van de werkprestatie, zowel kwalitatief als kwantitatief. De persoon gaat zich hierdoor schuldig voelen en ontwikkelt een zelf-kritische houding. Afgekoelde vriendschappen en relaties met anderen, samen met de zelf-kritische houding, veroorzaken meer emotionele uitputting, die op zijn beurt weer ongunstige reacties tot gevolg heeft. Het burn-out syndroom is dus een vicieuze cirkel, die begint bij emotionele uitputting. Maar wanneer leidt een hoge werkbelasting precies tot burn-out symptomen? Aan het antwoord op deze vraag zijn een aantal studies gewijd. Er bleken een aantal factoren mee te spelen, namelijk:
Het risico op burn-out kan dus verlaagd worden door deze factoren te minimaliseren. Ook zijn er gezonde coping strategieën om burn-out symptomen te voorkomen. Mensen die vertrouwen hebben in hun vaardigheid met het omgaan met problemen en het tolereren van stress, hebben minder last van burn-out. Bij een sterke overtuiging dat een stressvolle situatie zin heeft, hoort een laag burnout niveau. Burnout en Neurofeedback Neurofeedback heeft meerdere malen laten zien dat er een positief effect is op klachten als burn-out en depressie, vermoeidheid, spanning, aandacht en concentratie problematiek. Er zijn verschillende onderzoeken geweest op Neurofeedback en biofeedback gebied die hebben gekeken naar de effecten op gedrag. Resultaten waren dat een verlaagde bloeddruk werd gerapporteerd als gevolg van de training, cliënten waren minder vermoeid en beter in staat stressoren in hun omgeving te herkennen. Ook was er na een behandeling sprake van een verbeterde volgehouden aandacht. Neurofeedback training is makkelijk te combineren met andere vormen van therapie. Een integratie van therapieën zal hoogstwaarschijnlijk juist het effect van de training verhogen helemaal in het geval van klachten waarbij gedrag de eerste oorzaak is geweest van de klachten. Aangezien er vaker sprake is van een terugval in gedrag waardoor oude gewoontes die in eerste instantie hebben geleid tot een overbelast systeem weer de kop op steken is er naast een concrete Neurofeedback training van het brein ook een verandering nodig op gedragsniveau om te voorkomen dat mensen terugvallen in hun oude gewoontes. Een samenwerking van deze twee behandelwijzen pakt zo de eerste oorzaak van het probleem aan, namelijk het consequent overbelasten als gevolg van gedragsfactoren en pakt tegelijkertijd de oorzaak aan van de klachten, namelijk het veranderde functioneren van het brein. Slaap wordt gereguleerd door de hersenen. De hersenstam, de thalamus en hormonen van de hypothalamus regelen het slaap-waakritme. Slaap is een proces dat uit verschillende stadia bestaat. De stadia worden onderscheiden in stadium 1 t/m 4 en REM-slaap, ook wel droomslaap genoemd. REM staat voor “Rapid Eye Movements” (snelle oogbewegingen). Stadium 1 t/m 4 kenmerken zich door een steeds dieper worden van de slaap. De opeenvolging van deze vijf stadia vormt één slaapcyclus. De mens maakt elke nacht vier à vijf van deze slaapcycli door, in gemiddeld zeven tot acht uur. Deze stadia van een slaapcyclus hangen samen met verschillende soorten hersengolven. Wanneer er tijdens de slaap geen goed verloop is van deze slaapcycli kunnen er slaapklachten ontstaan. Neemt dit een chronische vorm aan dan spreken we van slaapstoornissen. Slaapstoornissen zijn globaal onder te verdelen in inslaap-, doorslaap-, en ontwaakstoornissen. Deze stoornissen kunnen primair van aard zijn, zoals de apneu, een stoornis waarbij de ademhaling verstoord is, het “restless legs syndrome” (het niet stil kunnen houden van de benen tijdens de slaap), bruxisme (tandenknarsen), narcolepsie (overdag in slaap vallen), slaapwandelen en het hebben van nachtmerries. Anderzijds zijn slaapstoornissen vaak een bijverschijnsel van andere aandoeningen, zoals epilepsie, angststoornissen of chronische vermoeidheid. Er bestaat een grote hoeveelheid literatuur over de relatie tussen slaap en EEG, wat een goede basis verschaft voor de toepassing van Neurofeedback voor het behandelen van slaapstoornissen. Al sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw is bekend, dat Neurofeedback de kwaliteit van de slaap kan bevorderen. Barry Sterman toonde aan dat na Neurofeedback van 12-15 Hz activiteit op de motorische hersenschors de duur van de verschillende slaapstadia toenam en het aantal overgangen verminderde. Al na twee sessies van deze vorm van Neurofeedback rapporteerden proefpersonen een verbeterde slaap. Er bestaat grote onduidelijkheid over hoeveel mensen er in Nederland aan migraine lijden. Dit is te wijten aan het feit dat de onderzoeken te verschillend zijn en dat veel mensen met migraine geen bezoek brengen aan de huisarts. De kenmerken van migraine zijn bonzende hoofdpijn, meestal aan één kant, vaak in combinatie met misselijkheid en braken. Geregeld is er sprake van een overgevoeligheid voor licht en geluid. De twee meest voorkomende soorten migraine zijn “gewone migraine” en “migraine met aura”. Ongeveer bij 15 tot 25 % van de mensen met migraine treedt een aura op. Een aura kan bestaan uit wazig zicht, het zien van lichtflitsen, spierzwakte en/of gestoorde spraak. Deze symptomen ontwikkelen zich zeer geleidelijk. Ook kunnen er cognitieve symptomen voorkomen, zoals aandacht-, concentratie- en geheugenproblemen. Binnen een uur na de aura ontstaat de hoofdpijn. Wanneer de aanvallen 4 tot 72 uur duren en minstens 5 keer zijn voorgekomen spreekt men van migraine. Deze norm wordt door de meeste specialisten aangehouden. Migraine ontstaat door een vernauwing van de bloedvaten, waardoor sommige gebieden in het brein weinig zuurstof krijgen. Onderzoekers registreerden in de lokale bloeddoorstromingen dalingen van 25 tot 50%. Hierdoor kunnen de auraverwante klachten en de cognitieve symptomen ontstaan. Tijdens de pijnfase is er juist sprake van bloedvatverwijding. Migraine komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen en wordt in 60% van de gevallen gerelateerd aan de menstruatiecyclus. Wetenschappers vermoeden dat het hormoon oestrogeen de kans op migraine verhoogt. Uit psychofysiologisch onderzoek is gebleken, dat migraine het gevolg is van corticale overgevoeligheid, hyperactiviteit en een gebrek aan habituatie als gevolg van een hersenstam disfunctioneren. Een onderzoek van Kropp e.a.(2002) laat zien, dat met behulp van Neurofeedback de zogenaamde verhoogde “slow cortical potentials” beter gecontroleerd kunnen worden en de habituatie kan worden verbeterd. De resultaten laten zien, dat na behandeling met Neurofeedback het aantal dagen met migraine significant was afgenomen en een aantal andere migraine-aspecten significant waren verlaagd zowel over de tijd als in vergelijking met een groep migrainepatiënten die geen neurofeedback had gehad. Er zijn meer studies nodig om wetenschappelijk afdoende vast te stellen of Neurofeedback werkt bij migraine. Bij een subgroep werkt Neurofeedback niet en het is onduidelijk hoe dat komt. Neurofeedback is op dit moment veelbelovend als een nieuw interventiemiddel bij leerstoornissen. Een leerstoornis is een organische stoornis. De meest waarschijnlijke theorie is, dat een leerstoornis het gevolg is van het niet goed kunnen combineren van informatie uit verschillende delen van het brein. Het heeft dus niets te maken met opvoeding of andere externe factoren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen leerproblemen en leerstoornissen. Het komt voor, dat ondanks een normale begaafdheid en een normale ontwikkeling in de jonge jaren, er ineens specifieke leerproblemen naar voren komen, wanneer de kinderen naar school gaan. Er wordt van een leerstoornis gesproken, wanneer de volgende kenmerken aanwezig zijn: 1) Het lees-, spelling- of rekenniveau (vastgesteld met een betrouwbaar, valide en genormeerd instrument) ligt beneden het niveau dat we mogen verwachten op grond van:
2) Er is in het betreffende leerproces een opvallende hardnekkigheid en resistentie voor beïnvloeding. De automatisering van het lees-, spelling- en/of rekenproces komt, ondanks systematische hulp (bv remedial teaching), niet of onvoldoende tot stand. Dat het om de automatisering van kennis gaat, houdt impliciet in dat er geen tekort is aan begrip van wat geleerd moet worden. 3) Er is een verlies of afwijking van een (neuro-) fysiologische of psychologische structuur of functie. We kunnen de volgende leerstoornissen noemen:
* Hyperlexie: Hierbij is niet het technisch lezen het probleem, maar het begrijpend lezen (de betekenis van een tekst begrijpen). ** Niet-verbale leerstoornissen (NLD): NLD is een stoornis in de rechter hersenhelft, wat leerproblemen, gedragsproblemen en problemen in de motoriek met zich meebrengt. Voor Neurofeedback bij dyslexie, klik hier De term whiplash (in goed Nederlands: zweepslag) verwijst naar de klachten die ontstaan als gevolg van een plotselinge versnelling of vertraging van het hoofd. Hierdoor ondervinden de hersenen plotseling andere drukken dan normaal. Bekend is de aanrijding van achteren waarbij het hoofd van de bestuurder naar achteren klapt. Maar ook zijdelingse aanrijdingen kunnen een forse impact hebben op de hersenen. Sommige mensen merken de eerste uren niets. Daarna komen dan klachten op als pijn, tintelingen, duizeligheid, misselijkheid en overgeven, slaapklachten, concentratie en geheugenproblemen, gevoeligheid voor licht en geluid. Niet iedereen heeft last van deze klachten en ze komen niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Ook andere klachten komen voor, zoals moeite met het vinden van woorden. Nog niet zo lang geleden kregen mensen met deze klachten het advies om er "maar mee te leren leven". Neurofeedback maakt het mogelijk om de last van deze klachten te verminderen of zelfs op te lossen. Met Neurofeedback kunnen de hersenen worden getraind om die activiteit te vertonen die nodig is voor het leven van alledag. Hierdoor kunnen mensen weer aan het werk. Al zullen ze nog wel rekening moeten houden met sommige beperkingen, toch is Neurofeedback voor velen een oplossing die ze niet zouden hebben willen missen. Een gezond brein vertoont op de schedel een patroon van elektrische activiteit, waarbij op het achterhoofd meer langzame activiteit voorkomt, en meer naar voren snellere activiteit. Door de whiplash kan dit patroon verstoord zijn. Zo kan plotseling veel alfa-activiteit optreden, een indicatie dat de activiteit van een bepaald hersendeel in de ruststand staat. Hierdoor kunnen mensen vermoeid raken als ze hun gewone werk weer willen oppakken. Door de alfa-activiteit met Neurofeedback naar beneden te trainen wordt het betreffende hersendeel weer geactiveerd. Anderzijds kan er ook op het achterhoofd te veel snelle activiteit worden aangetroffen. Hierdoor kan de alledaagse ontspanning verstoord zijn, en ook de slaap. Het terugdringen van deze snelle activiteit brengt de hersenen dan weer tot rust. Zo zijn er vele unieke verstoringen in het elektrisch patroon mogelijk die elk hun eigen aanpak vereisen. Met behulp van een uitgebreide diagnostiek kunnen verstoringen worden opgespoord om vervolgens door Neurofeedbacktraining te worden aangepakt. Autisme is een verzamelnaam psychiatrische stoornissen die worden geclassificeerd volgens de zogenaamde DSM-IV-TR criteria. Dit systeem wordt wereldwijd gebruikt. Er worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden en dat zijn:
Autisme en autismespectrumstoornissen hebben alle eigen symptomen, maar globaal worden er drie symptoomgroepen onderscheiden: contactstoornis in de sociale wederkerigheid, communicatiestoornissen in taal en stoornissen in het voorstellingsvermogen. Deze kunnen per persoon in ernst verschillen. Er is en wordt nog steeds veel onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken en de soorten behandelingen voor kinderen met autisme. Hoe eerder er duidelijkheid komt in wat de sterke en zwakke kanten van een kind zijn des te eerder kan de omgeving van een kind zo passend mogelijk gemaakt worden. Naast begeleiding kan Neurofeedback hier een goede rol in spelen. De laatste jaren is er meer onderzoek gedaan naar het effect van Neurofeedback bij kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Daaruit blijkt, dat op qEEG gebaseerde Neurofeedback vaak een positief effect heeft. Een onderzoek van Jarusiewicz (2002) laat zien dat na Neurofeedbacktraining de score op de Autism Treatment Evaluation Checklist met 26% gezakt is, terwijl dit in de controlegroep 3% is. Bij kinderen met autisme die Neurofeedbacktrainingen hebben ondergaan, zijn autistische symptomen en gedragingen significant verminderd. Pineda (2006) toonde aan dat er na Neurofeedbacktraining bij kinderen met ASS verbeteringen optreden in taken die een beroep doen op imitatie. Imitatie kan voor kinderen met ASS zeer moeilijk zijn. Er wordt ook qEEG onderzoek gedaan naar de hersenactiviteit bij kinderen met ASS. Daardoor komt er steeds meer duidelijkheid in structurele verschillen in hersenactiviteit tussen kinderen met ASS en een controlegroep. Oberman (2005) toonde een daling aan van elektrische activiteit op de motorschors bij zelfuitgevoerde en geobserveerde handelingen bij gezonden. Deze daling ontbrak bij mensen met autisme als ze andermans handelingen observeerden. Dit geeft een goede basis voor Neurofeedbacktrainingen bij ASS. ADD met hyperactiviteit (ADHD) ADD met hyperactiviteit is herkenbaar aan een gebrek aan concentratie, impulsiviteit en hyperactiviteit die beginnen voor het zevende levensjaar, minstens zes maanden aanhouden en niet te wijten zijn aan andere psychiatrische afwijkingen of invloeden uit de omgeving, bijvoorbeeld als reactie op problemen in de gezinssfeer. ADD (=ADHD zonder hyperactiviteit) Het voornaamste kenmerk van ADD is een duidelijk gebrek aan concentratie. Onderzoek bij kinderen met deze diagnose laat zien dat ze vaker last hebben van angst- en leerstoornissen. Hoewel er geen onderzoeken zijn gedaan naar volwassenen met deze afwijking, wordt verwacht dat ADD zonder hyperactiviteit een ander effect heeft dan ADHD met hyperactiviteit. Deze laatste groep heeft meer gedragsproblemen die in verband worden gebracht met oppositionele en gedragsstoornissen. Neurofeedback is een al bewezen vorm van behandeling voor ADHD / ADD. Neurofeedback is een behandeling die de bron van de klachten aanpakt en daarmee afhankelijkheid van medicatie kan verminderen, ook op lange termijn. Wat je vaak ziet in de hersenactiviteit bij ADHD is dat er sprake is van teveel trage activiteit in de hersenen. Trage activiteit zie je in een gezond brein zonder klachten als je vermoeid bent. Als je je concentreert is er meestal sprake van meer bèta activiteit. Bèta activiteit is de wat snellere activiteit die zorgt voor een snellere informatie verwerking. Mensen met ADHD laten tijdens concentratie juist meer trage activiteit vertonen waardoor het erg lastig is je te concentreren. ADHDers houden zichzelf wakker door te bewegen en te friemelen, ook op momenten dat dat niet de bedoeling is zoals in een klaslokaal of in een vergadering. ADD kent ook grotendeels een teveel aan trage activiteit alleen is er bij ADD geen sprake van hyperactief gedrag. Met behulp van Neurofeedback kan je de balans in de hersenen weer terug trainen waardoor medicatie kan verminderen of zelfs achterwege kan blijven. Omdat er niet bij elke ADHDer een teveel aan trage activiteit aanwezig is maar er soms ook sprake is van een teveel aan snelle activiteit of aan alpha activiteit is er voorafgaand aan ieder Neurofeedback traject een QEEG meting nodig. Met behulp van deze meting kan er een individueel passend protocol geschreven worden waardoor de training zo effectief mogelijk ingezet kan worden. |